community acquired pneumonie - onbekende verwekker - ernstig / ziekenhuisopname op IC - PSI V / CURB-65 3-5

Adviezen

≥ 18 jaar
Prioriteit Medicatie Opmerking
Prioriteit:
1e keus
Medicatie:

ceftriaxon iv 2g 1dd

+

erytromycine iv 1000mg 4dd

Opmerking:

OF ceftriaxon iv + azitromycine po

Opmerkingen

Behandeling

  • De landelijke SWAB CAP richtlijn 2016 adviseert bij deze patiëntencategorie een 2e of 3e generatie cefalosporine + ciprofloxacine of monotherapie met moxifloxacine. In Meander en ziekenhuis St Jansdal wijken wij bewust af van dit advies omdat chinolonen worden beschouwd als reservemiddelen en het gebruik daarom ziekenhuisbreed willen beperken. Het belangrijkste argument in de richtlijn om niet voor erytromycine te kiezen is de toxiciteit maar op de afdeling intensive care wordt dit niet als een probleem ervaren.  
  • Bij aangetoonde kolonisatie van de luchtwegen (zie kweken) keuze antibiotica hierop (eventueel) aanpassen. Empirisch echter ook altijd pneumokok meedekken
  • Er moet binnen 24 uur een pneumokokken-urineantigeentest EN Legionella-urineantigeentest verricht worden.
    • Indien pneumokokken-urineantigeentest positief: switch naar penicilline iv of amoxicilline per os (zie advies onder CAP-pneumokok) indien patiënt stabiel en geen isolatie van andere pathogenen uit kweek luchtwegmateriaal of bloedkweek.
    • Indien Legionella-urineantigeentest positief: switch naar levofloxacine iv/po (zie advies onder CAP-Legionella)
    • Indien beide testen negatief: continueren met empirisch ingezet antibioticum
  • Overweeg oseltamivir bij patiënten met zeer hoog risico op complicaties, die bewezen of vermoedelijk influenza hebben, zoals immuungecompromitteerde patiënten en patiënten opgenomen op IC/PSI V.

Diagnostiek

  • Bloedkweek bij T≥ 38,5°C en indien mogelijk sputumkweek voorafgaand aan start antibiotica.
  • Er moet binnen 24 uur een pneumokokken-urineantigeentest EN Legionella-urineantigeentest verricht worden.
  • PCR Legionella spp., Mycoplasma pneumoniae en Chlamydia psittaci op sputum/bronchiaal secreet/BAL (eventueel keelwat m.u.v. Legionella spp). Voor de diagnostiek naar deze infecties heeft een PCR op luchtwegmateriaal de voorkeur boven serologie. De PCR heeft vooral in de acute fase van de infectie een betere gevoeligheid t.o.v. de serologie. Tevens is voor de serologische diagnostiek meestal een vervolgserum nodig dat 2 tot 4 weken later is afgenomen. 
  • Overweeg PCR op respiratoire virussen, met name in het influenzaseizoen. Indien behandeling met oseltamivir wordt gestart dan ook diagnostiek doen en isolatiemaatregelen nemen. Indien (nog) niet wordt gestart met oseltamivir maar 'influenza' staat wel in de DD, dan diagnostiek doen en isolatiemaatregelen nemen.
  • Denk ook aan Q-koorts.
    • Diagnostiek:

      • Begin symptomen < 2-3 weken: PCR serum/plasma
      • Begin symptomen > 3 weken: Serologie

Bronnen

Antimicrobiële middelen

De volgende antimicrobiele middelen zijn verwerkt in deze adviezen:

Externe referenties
Categorie:
Metadata

Swab vid: G-206411.7
Bijgewerkt: 05/17/2019 - 11:34
Status: Published