diabetische voet: Infectie - Pseudomonas

Adviezen

≥ 18 jaar
Prioriteit Medicatie Opmerking
Medicatie:

ceftazidim iv 1000mg 3dd

of

ciprofloxacine iv 400mg 3dd

of

ciprofloxacine po 750mg 2dd

Opmerkingen

1. Classificatie ernst van de infectie

  • Milde infectie: infectie die niet dieper is dan het subcutane weefsel, zonder systemische verschijnselen, waarbij minstens 2 van de klassieke tekenen van infectie aanwezig zijn. Deze klassieke tekenen zijn erytheem van 0,5-2,0 cm rond de wond, zwelling, pijn, warmte of purulente afscheiding die niet verklaard kan worden door een andere mogelijke oorzaak zoals trauma, Charcot-artropathie of jicht.
  • Matig-ernstige infectie: infectie met meer erytheem (>2,0 cm rond het ulcus) of waarbij dieper weefsel is aangedaan (bot, gewricht, abces).
  • Ernstige infectie: voetinfectie met systemische verschijnselen.

2. Diagnostiek

De diagnose voetinfectie is een klinische diagnose en moet derhalve worden gesteld op basis van klassieke tekenen van inflammatie. Enkel microbiologische parameters (zoals een positieve kweek) zijn onvoldoende, aangezien ulcera vaak gekoloniseerd zijn.

Ulcus
Verkrijg een monster van weefsel bij voorkeur middels een biopt voor weefselkweek. Is dit niet mogelijk verkrijg dan materiaal uit de wondbodem voor een diepe wondkweek. Gebruik bij voorkeur geen oppervlakkige wondswab om de verwekker van een voetinfectie te identificeren.

Osteomyelitis
Gebruik voor het vaststellen van het oorzakelijke micro-organisme van osteomyelitis:
• Bij voorkeur een percutaan botbiopt.
• Alleen als een percutaan botbiopt niet mogelijk is, neem dan een biopt van de bodem van het ulcus.
• Alleen als een percutaan botbiopt en biopt van de bodem van het ulcus niet mogelijk zijn, neem dan een diepe kweek met behulp van een wattenstok uit de ulcusbodem.

3. Behandeling en behandelduur

Bij voorkeur gebaseerd op kweekresultaten van een weefselbiopt en niet op kweekresultaten van een wonduitstrijk.

Duur van het intraveneus gegeven antibioticum minimaal 5-7 dagen. Vervolgens per patiënt beoordelen of er een switch naar een oraal antibioticum gemaakt kan worden, oa gebaseerd op switch criteria, of er een antibioticum met goede biologische beschikbaarheid is (o.b.v. antibiogram gekweekte verwekker) en bij goede drainage/debridement/necrotectomie. Orale antibiotica met goede penetratie in bot zijn oa ciprofloxacine, levofloxacine, clindamycine en cotrimoxazol. Eventueel in overleg met arts-microbioloog en/of internist-infectioloog.

Indien na 5-7 dagen bij artritis of osteomyelitis geen switch naar een oraal antibioticum gemaakt kan worden,dan intraveneus antibioticum gedurende 14 dagen continueren en vervolgens opnieuw overwegen of er een switch naar per os gemaakt kan worden.

  • Milde of matig-ernstige infectie: Behandelduur 1-2 weken.
  • Matig-ernstige of ernstige infectie: Behandelduur 3-4 weken. In eerste instantie parenterale behandeling. Dit wordt gevolgd door orale therapie indien de infectie reageert op de behandeling en de verwekker bekend is.
  • Acute osteomyelitis: Behandelduur 6 weken indien er geen chirurgie wordt toegepast (zie ook desbetreffende hoofdstuk). Indien al het geïnfecteerde bot is verwijderd: 1-2 weken
  • Chronische osteomyelitis: zie Osteomyelitis - chronisch

4. Opmerking tav sepsis:

I.v.m. de toenemende resistentieproblematiek is het toevoegen van tobramycine 1dd 5mg/kg (indien vermeld, gedurende maximaal 3 dagen) van belang voor het verbreden van het spectrum.

Bij ernstige sepsis of septische shock is het advies om minimaal een eenmalige gift tobramycine van 7mg/kg (i.p.v. 5 mg/kg) te geven.

5. *Zie: Beleid bij antibiotica allergie (Meander MC) of Beleid bij antibiotica allergie (St Jansdal)

 

 

Bronnen

Antimicrobiële middelen

De volgende antimicrobiele middelen zijn verwerkt in deze adviezen:

Externe referenties
Categorie
Metadata

Swab vid: G-218186.6
Bijgewerkt: 07/31/2020 - 17:40
Status: Published