Peritonitis - bij peritoneaal dialyse, onbekende verwekker

Adviezen

≥ 18 jaar
Prioriteit Medicatie Opmerking
Medicatie:

vancomycine intraperitoneaal

+

ceftazidim intraperitoneaal

Opmerking:

Continue behandeling heeft de voorkeur boven intermitterend, zowel bij CAPD als APD

 

Vancomycine (zie opmerking*)

Continue behandeling (in alle wisselingen): Oplaaddosis 2000 mg/zak, onderhoudsdosis 25 mg/L.

Intermitterende behandeling (in lange wissel, minimale verblijfsduur 6 uur):

<60 kg startdosis 1500 mg/zak eenmalig

>60 kg startdosis 2000 mg/zak eenmalig.

Dosis herhalen na 5-7 dagen o.g.v. spiegel (streef dalspiegel >15 ug/ml)

Spiegelcontrole 1e keer na 3 dagen, daarna elke 3-5 dagen

 .

Ceftazidim (zie opmerking*)

Continue behandeling (in alle wisselingen): startdosis 500 mg/L, onderhoudsdosis 125 mg/L 

Intermitterende behandeling (in lange wissel, minimale verblijfsduur 6 uur): 1000-1500 mg/zak 1x/dag

Opmerkingen

1. Algemeen

Dit protocol betreft de lokale uitwerking van nieuwe landelijke NfN richtlijn 2020: Peritoneale dialyse gerelateerde infecties

Bij verdenking op PD peritonitis dient de PD verpleegkundige van de dialyse afdeling te worden ingeschakeld (telefoonnummer 5651/7240 of indien de dialyseafdeling gesloten: de dienstdoende dialyseverpleegkundige via de receptie bellen). De PD verpleegkundige zorgt voor het afnemen van:

  • Leucotelling van de PD vloeistof
  • Kweken van de PD vloeistof, huidpoort PD catheter en neus

2. Definitie van PD-peritonitis (2 of meer van onderstaande criteria)

  • Kliniek van een peritonitis; buikpijn en/of troebel dialysaat
  • >0.1 x 10e9/L leucocyten in dialysaat, na een een minimale verblijfsduur van 2 uur. Indien leucocyten <0.1 x 10e9/L, maar >50% polymorfonucleair dan is dit toch een aanwijzing voor peritonitis.
  • Positieve dialysaatkweek

3. Behandeling (altijd in overleg met nefroloog)

  • Voorkeur voor intraperitoneale behandeling boven intraveneus, tenzij aanwijzingen voor systemische sepsis (zie ‘Bijlage 3, adviezen voor systemische doseringen van antibiotica van peritonitis’ in NfN richtlijn).
  • Voorkeur voor continue boven intermitterende antibiotica toediening bij zowel CAPD als APD patiënten, dit geldt in het bijzonder voor cefalosporines.
  • Controleer of er eerdere kweken van de PD vloeistof bekend zijn, en pas daar zonodig het antibiotica beleid op aan.
  • De PD verpleegkundige geeft de patiënt instructies om thuis de antibiotica i.p. toe te dienen en maakt afspraken met de patiënt over het inleveren van de leucotelling.
  • Dagelijks herhalen leucocytentelling PD vloeistof, bij dalende trend overweeg 3x/week.
  • Antibiotica versmallen op geleide van NFN richtlijn.
  • Behandelduur minimaal 2 weken met adequate antibiotica. Voor sommige verwekkers is een langere behandelduur geïndiceerd (zie NfN richtlijn). In ieder geval 7 dagen doorbehandelen nadat leucocyten <0.01 zijn.
  • 1 week na staken antibiotica controle kweek PD vloeistof.
  • Bij persisteren troebele uitloop ondanks 5 dagen behandeling met adequate antibiotica, spreken we van refractaire peritonitis; zie hiertoe het advies NfN richtlijn.

4. Antibiotica allergie

Zie: Beleid bij antibiotica allergie (Meander MC) of Beleid bij antibiotica allergie (St Jansdal)

*Doseringen voor te schrijven tbv PD behandeling (MeanderMC)

Vancomycine

  • 50 mg = 20 ml spuit (2L zak)
  • 62,5 mg = 20 ml spuit (2,5L zak)
  • 100 mg = 20 ml spuit (obv spiegel bijsturen)
  • 150 mg = 20 ml spuit (obv spiegel bijsturen)

Ceftazidim

  • 250 mg = 20 ml spuit (2L zak)
  • 312,5 mg = 20 ml spuit (2,5L zak)

Bronnen

  1. https://www.nefro.nl/sites/www.nefro.nl/files/richlijnen/Peritoneale%20dialyse%20gerelateerde%20infecties%2C%20definitief%2Cgecorrigeerd%20juni%202020.pdf

    Peritoneale dialyse gerelateerde infecties: preventie, diagnostiek en behandeling (NFN-richtlijn 2020)

Antimicrobiële middelen

De volgende antimicrobiele middelen zijn verwerkt in deze adviezen:

Externe referenties
Categorie
Metadata

Swab vid: G-217790.9
Bijgewerkt: 02/17/2021 - 14:33
Status: Published